Wilhelminabrug

Tussen beton en wortels

Onder de Wilhelminabrug verschijnt een beeld dat de stedelijke ruimte openbreekt. In het strakke, witte vlak onder de brug wordt een fotografisch fragment van de natuur geplaatst: een dronebeeld van verweven takken, wortels en organisch verval.

Vanuit de lucht gezien krijgt het landschap een abstracte kwaliteit, bijna als een tekening van tijd en vergankelijkheid. Door dit beeld midden in de stedelijke context te tonen, ontstaat een directe confrontatie tussen gecontroleerde architectuur en ongrijpbare natuur.

Het werk nodigt uit om anders te kijken. Wat normaal verborgen ligt in bossen en buitengebieden, wordt hier naar de stad gehaald — niet als decoratie, maar als aanwezigheid. De natuur dringt zich niet op, maar is er plots, op ooghoogte, als een stil maar krachtig tegenbeeld van het beton.

Zoals in eerder werk draait het om het verkleinen van de afstand tussen mens en natuur. Niet door de stad te verlaten, maar door de natuur juist in die stedelijke ruimte te laten verschijnen.