Groen kost poen
“Groen kost poen” – een bekende uitspraak van Jan des Bouvrie. In zijn showroom was geen groene bank of stoel te bekennen. Hij wist als geen ander hoe je met de klant moest omgaan, en blijkbaar hoorde daar geen gifgroen interieur bij.
Toch is groen een fascinerende kleur. Neem bijvoorbeeld het toilet. Onderzoek heeft uitgewezen dat als je de muren felgroen verft – écht gifgroen – mensen gemiddeld de helft korter blijven zitten. Handig voor werkgevers die efficiëntie willen verhogen. Maar ja, in tijden van thuiswerken heb je als baas weinig controle over de kleur van iemands privé-wc.
Waarom ik hierover begin? Omdat ik me soms verwonder over het enorme palet aan groentinten dat je ziet als je door de natuur rijdt. En dan heb ik het nog niet eens over dat voorjaarsgroen – fris, levendig, haast ongrijpbaar.
Precies dat gevoel probeer ik te vangen in beeld. Zoals in het werk hierboven: een abstracte ode aan groen, waarin vorm, licht en textuur versmelten tot iets dat je niet kunt vastpinnen, maar dat wel blijft hangen. Een bloem misschien, of iets wat ooit bloeide. De kleur groen als gelaagde herinnering.
In huis kom je groen relatief weinig tegen – op een paar planten na. Maar ook die houden het bij mij vaak niet lang vol. Toch moet de wereld vergroenen, zeggen we met z’n allen.
Maar… doen we het ook?