Kunst Deventer

Geen Pixel, maar Aanwezigheid

In deze tijd van digitale veranderingen en de snelle opkomst van AI, ook binnen de kunstwereld, rijst steeds nadrukkelijker de vraag wat op het internet nog werkelijk echt is. Beelden, teksten en zelfs complete kunstwerken kunnen gegenereerd, gemanipuleerd of gereproduceerd worden, vaak zonder zichtbare oorsprong. Ik voorzie dan ook een duidelijke tweedeling binnen de kunstwereld die zich de komende jaren verder zal uitkristalliseren.

Aan de ene kant ontstaat een wereld waarin kunst zich voornamelijk digitaal manifesteert: vluchtig, reproduceerbaar en eindeloos deelbaar. Deze digitale werkelijkheid biedt onmiskenbaar nieuwe mogelijkheden, nieuwe vormen van samenwerking en nieuwe manieren van kijken. Toch ervaar ik deze digitale wereld vooral als een hulpmiddel—een middel om iets te onderzoeken, te ondersteunen of te communiceren—maar niet als een daadwerkelijke, op zichzelf staande werkelijkheid.

Aan de andere kant staat voor mij de behoefte aan het fysieke, het tastbare. Om iets werkelijk te ervaren, moet je het kunnen meemaken: het kunnen zien, vastpakken, ruiken misschien zelfs. De aanwezigheid van een object in de ruimte, met zijn gewicht, schaal en materialiteit, vormt voor mij de kern van wat kunst kan zijn. Juist in een tijd waarin alles digitaal beschikbaar lijkt, krijgt het fysieke object een nieuwe urgentie.

Veel mensen beschouwen de digitale wereld inmiddels als een volwaardige realiteit. Daar ga ik zelf soms ook in mee. Digitale beelden en systemen maken inmiddels onderdeel uit van ons dagelijks leven en beïnvloeden hoe we kijken, denken en herinneren. Toch begin ik steeds vaker te twijfelen: wat is nu echt, en wat is verbeelding? Waar eindigt de ervaring en waar begint de simulatie? Die twijfel vormt voor mij geen afwijzing van het digitale, maar eerder een aanleiding om terug te grijpen naar het concrete—naar dat wat onmiskenbaar aanwezig is.

Het is daarbij belangrijk te beseffen dat samenwerking tussen technieken, toepassingen en kunstenaars niets nieuws is. Al eeuwenlang zoeken kunstenaars elkaar op om samen tot een groter geheel te komen. Een bekend voorbeeld hiervan is Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva uit 1615, gemaakt door Peter Paul Rubens en Jan Brueghel. In dit werk kwamen verschillende specialismen samen: Rubens met zijn figuren en Brueghel met zijn landschappen en dieren. Voor hun tijd was deze manier van werken vooruitstrevend en vernieuwend.

Of deze historische samenwerkingen één op één te vergelijken zijn met de hedendaagse inzet van digitale technieken en AI, weet ik niet. De schaal en snelheid waarmee technologie zich nu ontwikkelt, zijn ongekend. De techniek neemt een vogelvlucht; ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op en lijken soms los te komen van menselijke maat en ervaring.

Toch blijft uiteindelijk het resultaat—voor mij—van wezenlijk belang: een voorwerp dat je kunt bekijken en vasthouden. Een fysiek object dat ruimte inneemt, veroudert, sporen draagt en een directe relatie aangaat met de toeschouwer. In die zin heeft het fysieke werk een grotere betekenis dan een beeld op een scherm, hoe scherp, overtuigend of verleidelijk dat scherm ook mag zijn.

Juist daarom blijf ik zoeken naar het echte: naar dat wat blijft, wat weerstand biedt en wat zich niet volledig laat reduceren tot data of pixels. Om het zo te zeggen: naar kunst die niet alleen gezien wordt, maar ook daadwerkelijk aanwezig is.

🤞 Nieuwsbrief misschien ?

We spammen niet! Lees meer in ons privacybeleid